Studenten in vreemdelingen detentie

Honderden studenten hebben ruim zes weken het Maagdenhuis bezet uit protest tegen het bestuur van de Universiteit van Amsterdam. Bij de ontruiming op 11 april 2015 werd een aantal bezetters aangehouden en na een korte strafrechtelijke procedure in vreemdelingenbewaring geplaatst. Kan dit zomaar? 

Bij de ontruiming van het Maagdenhuis werden tien demonstranten gearresteerd, ten minste vijf van hen konden of wilden hun identiteit niet bekend maken en werden overgedragen aan de vreemdelingenpolitie. Die legde hen een terugkeerbesluit, een inreisverbod en de maatregel van vreemdelingenbewaring op, terwijl omstanders zouden hebben bevestigd dat het studenten van de Universiteit van Amsterdam met de Nederlandse nationaliteit betrof. Drie studenten werkten alsnog mee aan het vaststellen van hun identiteit en werden op dezelfde dag vrij gelaten, twee studenten verbleven enkele dagen in vreemdelingendetentie.

Vreemdelingendetentie
Vreemdelingenbewaring is een bestuurlijke maatregel van vrijheidsbeneming. Het is het uiterste middel om vreemdelingen die onrechtmatig in Nederland verblijven, beschikbaar te houden voor uitzetting. Dit betekent dat gekeken moet worden of alternatieve, lichtere middelen zoals een meldplicht mogelijk zijn om de vreemdeling beschikbaar te houden voor uitzetting. En dat inbewaringstelling alleen mogelijk is met het doel de terugkeer voor te bereiden en uit te voeren. Zonder zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, is inbewaringstelling dan ook onrechtmatig. Dit was bijvoorbeeld het geval bij Marokkaanse vreemdelingen toen Marokko langdurig niet wilde meewerken aan hun terugkeer.

Niet meewerken aan vaststellen identiteit en nationaliteit
De vreemdelingenpolitie kan een vreemdeling alleen in bewaring stellen als een risico bestaat dat hij zich aan het toezicht zal onttrekken of de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Aan deze voorwaarden is voldaan wanneer zich ten minste twee gronden uit art. 5.1b van het Vreemdelingenbesluit voordoen. Lichte gronden zijn bijvoorbeeld dat een vreemdeling niet over voldoende middelen van bestaan of over een vaste woon- of verblijfplaats beschikt. Niet meewerken aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit door de vreemdeling wordt gezien als een zware grond. Dit was bij de studenten het geval. Daarnaast werd aangenomen dat zij geen vaste woon- of verblijfplaats hebben.

Terugkeerbesluit en inreisverbod
Een effectief terugkeerbeleid wordt gezien als essentieel onderdeel van een geloofwaardig migratiebeleid. De Europese Terugkeerrichtlijn regelt de gemeenschappelijke normen, procedures en waarborgen bij ‘terugkeer’ en uitzetting van onrechtmatig verblijvende vreemdelingen. Het uitgangspunt is vrijwillig vertrek naar het land van herkomst, een land van doorreis of een ander derde land waar de vreemdeling wordt toegelaten. Gedwongen vertrek is mogelijk wanneer het niet anders kan en alleen naar het land van herkomst of een doorreisland.

Een opgehouden onrechtmatig verblijvende vreemdeling krijgt een terugkeerbesluit en in de regel 28 dagen de tijd om vrijwillig te vertrekken. De vertrektermijn kan korter zijn, bijvoorbeeld wanneer sprake is van een risico op onderduiken. Dit risico werd bij de studenten aangenomen: zij werden geacht Nederland en de EU onmiddellijk te verlaten.

De gronden voor onmiddellijk vertrek zijn dezelfde als die voor vreemdelingenbewaring en de vreemdeling wordt dan ook direct in bewaring genomen en krijgt bovendien een inreisverbod. Dit betekent dat hij voor de duur van het verbod geen toegang heeft tot alle 28 lidstaten van de EU. Een dergelijk verbod wordt ook uitgevaardigd tegen een vreemdeling die niet aan de (vrijwillige) terugkeerverplichting heeft voldoen en kan ook in andere gevallen worden opgelegd. Bijvoorbeeld na een afwijzing van een asielaanvraag aan de grens: een asielzoeker wiens asielrelaas in Nederland als ongeloofwaardig wordt bestempeld, heeft dan ook geen mogelijkheden meer voor asiel in een ander Europees land.

In Nederland wordt standaard een inreisverbod van twee jaar afgegeven. De studenten kregen echter een maximaal inreisverbod voor de duur van vijf jaar. Een dergelijk inreisverbod kan worden afgegeven aan een vreemdeling die is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van ten minste zes maanden; die gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste reis- en identiteitsdocumenten; die meerdere terugkeerbesluiten heeft gekregen of die zich in Nederland bevond gedurende een inreisverbod. Alleen in bijzondere gevallen wanneer sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare orde of een gevaar voor de nationale veiligheid, kan een inreisverbod van maximaal tien tot twintig jaar worden opgelegd.

Rechterlijke toets
Tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod kan beroep worden ingesteld. Vrijheidsontneming door de overheid moet altijd door een rechter worden getoetst. Wanneer een vreemdeling zelf niet eerder een beroepschrift indient, ontvangt de rechtbank binnen 28 dagen een kennisgeving van de inbewaringstelling. De rechter beoordeelt of de inbewaringstelling rechtmatig is en toetst enigszins terughoudend of met een lichter middel had kunnen volstaan. Een eerder blog over de uitspraak Mahdi gaat onder meer over de intensiteit van deze rechterlijke toets.

De rechtszaak van het beroep tegen het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de inbewaringstelling was gepland op 28 april 2015 (Rb Amsterdam 30 april 2015, AWB 15/7642 en Awb 15/7463). De bewaring was toen al opgeheven en het inreisverbod ingetrokken omdat de identiteit van de studenten bekend was gemaakt. Het geschil beperkte zich daarom tot de vraag of de ophouding en de bewaring al dan niet rechtmatig was met het oog op eventuele schadevergoeding.

Vermoeden van onrechtmatig verblijf
De staatssecretaris voerde ter rechtvaardiging van de ophouding en inbewaringstelling aan dat bij de ontruiming van het Maagdenhuis een vermoeden bestond dat zich onder de bezetters vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf zouden bevinden. Het is de politie ambtshalve bekend dat bij kraakacties in Amsterdam veel personen zonder Nederlandse nationaliteit betrokken zijn en dat veel studenten in Amsterdam niet de Nederlandse nationaliteit hebben. Ook werd gewezen op een uitzending van PowNews waaruit zou blijken dat in het Maagdenhuis weinig studenten maar veel meer mensen uit het buitenland verbleven.

De rechtbank is van oordeel dat geen vermoeden bestond voor onrechtmatig verblijf van de studenten. Volgens de rechtbank blijkt uit het dossier niet dat sprake is van een vermenging met krakers uit omliggende panden noch dat bij kraakacties onrechtmatig verblijvende vreemdelingen zijn betrokken. Ook vindt de rechtbank dat de Maagdenhuisbezetting behorende bij specifieke op de UvA- bestuur gerichte protesten niet kan worden vergeleken met andere kraakacties. De constatering dat veel studenten uit het buitenland komen, loopt stuk op het feit dat studenten in het bezit dienen te zijn van een machtiging voorlopig verblijf en een geldige verblijfsvergunning.

Schijnheilig
De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling over de ontruiming van het kraakband Schijnheilig in Amsterdam. Ook hier werd een kraker met de Nederlandse nationaliteit opgepakt en in vreemdelingenbewaring geplaatst omdat zij haar identiteit en nationaliteit weigerde bekend te maken. De Afdeling oordeelde dat uit niets het onrechtmatige verblijf van de betrokkene bleek en dat de weigering tijdens een strafrechtelijke procedure onvoldoende grond vormt voor het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring. Het is algemeen bekend dat demonstranten die zijn aangehouden bij een ordemaatregel zoals in het geval van een ontruiming, soms hun identiteit niet willen bekend maken om redenen die geen enkel verband houden met de bepalingen in de Vreemdelingenwet, aldus de Afdeling.

Onrechtmatige inbewaringstelling
De rechtbank oordeelde dat de maatregelen van ophouding en bewaring van de Maagdenhuisbezetters vanaf het begin onrechtmatig zijn geweest. Dit betekent in het algemeen dat de inbewaringstelling direct wordt opgeheven en de vreemdeling op straat belandt. Het oordeel van de rechter dat de inbewaringstelling onrechtmatig is, bijvoorbeeld wegens het ontbreken van zicht op uitzetting, betekent niet dat de vreemdeling recht heeft op een verblijfsvergunning. Dit is alleen in beperkte gevallen mogelijk, bijvoorbeeld wanneer terugkeer buiten de schuld van de vreemdeling blijvend niet mogelijk is. Onrechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen kunnen herhaaldelijk, wanneer voldoende zicht op uitzetting is, in vreemdelingenbewaring worden geplaatst. Telkens voor de duur van maximaal een half jaar met de mogelijkheid tot een verlenging met een jaar.

In het geval van de Maagdenhuisbezetters was de bewaring al opgeheven en hebben ze een huis om naar terug te keren. Voor de drie dagen die de studenten in vreemdelingendetentie hebben doorgebracht, ontvingen zij 315 euro schadevergoeding. Het inreisverbod hangt ingelijst aan de muur.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s